nieuwsbrief
menu Asset 14

Alle dieren die ik dood heb zien gaan

Artikel Laura van der Haar
Mail

Nummer 1 was konijn Wittie, halverwege de jaren tachtig. Máánden had ik gezeurd om een ratje, maar vergeefs. Net zo vergeefs als mijn pleidooi voor een Atari, die ik misschien nog wel liever wilde. Afijn. Ik mocht wel met een vriendinnetje mee op boerderijvakantie. Daar waren net konijntjes geboren en waarom zou ik niet tegen haar ouders liegen dat ik er absoluut één mee naar huis mocht nemen, als kameraad voor mijn Wittie?
Dat zou ik bekopen: het jong bleek een mannetje, en ook nog eens van het type Vlaamse Reus. Daar was kleine Wittie fysiek niet tegen opgewassen: uitgescheurd en doodgebloed lag ze op een ochtend met haar reusachtige (ook dode) jongen in de ren.

Niet veel later was er basisschoolkamp, op een boerderij in Groet. Het rook er naar houtvuur en poep, het regende hele dagen en in de schuur stond een kruiwagen met een doek erover waar we, zo werd ons direct bij aankomst op het hart gedrukt, vanaf moesten blijven. Zo gauw we de kans kregen werd natuurlijk dat doek weggetrokken. Nummer 2: een doodgeboren kalf dat in tweeën was gezaagd om zijn moeder te redden. Werkelijk keurig recht doormidden, in een roestige kruiwagen.

Nummer 3 waren er twee: een vriendje had mijn vissen de gehele pot droogvoer gevoerd. Buik omhoog dreven ze tussen een half pond roodgeel, kartonachtig drap. Behoedzaam lepelde ik ze daaruit. Groef vissengraven in de tuin, bloemetjes rondom. De vissenlijkjes had ik op de spoorbiels naast me neergelegd en toen ik steun zocht om overeind te komen voor de teraardebestelling, was dat precies daar. Een peuterhand, twee volgevreten vissen en een spoorbiels. Het had iets moois, ik weet het nog precies. Goudvissen zijn wit van binnen.

Nummer 4 was Popov. Nadat het vermagerde katje drie dagen mekkerend in de berm had gezeten, namen wij hem maar in huis. Al gauw werd hij een gezellige, dikke poef, maar op een dag was hij weg. Na dagen zoeken belde de vermiste-dierenlijn. Ik greep het meeluisterapparaat van de telefoon (nog steeds jaren tachtig, inderdaad) toen ik mijn moeder hoorde zeggen dat hij, ja, klopt, snik, drie zwarte pootjes en één witte had en gooide het toestel er gauw weer op toen ze vertelden dat Popov dan in twee helften bij hen in de vrieskist lag. De ene helft nog redelijk herkenbaar hoor, konden we even langskomen ter bevestiging? Hij was op de provinciale weg gevonden, waar ik uiteindelijk wekenlang gepost heb tot de vlek in de vorm van zijn lijfje niet meer zichtbaar was op het asfalt.

Foto: Lieke Romeijn.

Nummer 5 waren er weer twee. Mijn buurmeisje Sylvia had wandelende takken waar ik weleens naar mocht komen kijken. Op een dag belde ze aan en dat was opmerkelijk, want zulke goede vriendinnen waren we niet.
"Wil je afscheid komen nemen van Aksel en Taksel?" vroeg ze.
Ik haalde mijn schouders op en liep met haar mee. Op het trottoir stond het terrarium dat ze, voordat ik ook maar iets kon zeggen, omkeerde, de stengels op de stoep kwakte en er bovenop sprong. Ze bleef stampen tot er slechts een lichtgroene vlek op de tegels lag. Vrienden zijn we nooit geworden.

Geertje! Ik weet niet meer waarom ik de cavia in godsnaam Geertje had genoemd, maar nog wel dat hij een prachtige rode vacht had, een vacht vol schurft weliswaar. Dat moest je insmeren met teer, zei de dierenarts. Dus ik kwastte hem braaf vol zwarte pek en de korsten werden inderdaad minder. Zijn pelsje werd weer glad maar op een dag trof ik hem, de rigor mortis vergevorderd, met zijn klauwen en tandjes strak rond de tralies van zijn kooi aan. Met zwaar geweld moest het verstijfde beest worden losgepeuterd. Nummer 6, en counting.

Door deze trauma's een beetje uit te buiten kreeg ik dan toch een ratje. De Atari niet, maar wat was ik wijs met het beestje dat in de mouw van mijn trui overal mee naartoe ging! Hij liet gele pisvlekjes achter in mijn schoolschriften (die ik dan weer met blauwe pen omrandde) en knaagde mijn dekbedden aan gort maar ik vond hem, Puntje, met de dag liever. Die liefde heeft precies zevenhonderdtwintig dagen kunnen groeien, want labratjes zoals Puntje krijgen standaard na twee jaar een enorm kankergezwel.
Toevallig was mijn opa net overleden, waardoor wij een fikse voorraad morfine in huis hadden – uit voorzorg maar bij oma weggehaald. Puntjes gezwel was haast even groot als de rest van zijn lijf, zodat hij overhellend liep, maar zijn dood (een uur na het toedienen van twee volledige morfinepillen, fijngestampt in een Gouds kaasje) moet fenomenaal zijn geweest.

Je zou zeggen dat het bij 7 wel genoeg zou zijn, maar dit gaat door. Eindeloos. Dankzij deze jeugdtrauma's heb ik inmiddels een antenne ontwikkeld die me tijdig waarschuwt voor nabij en vooral gruwelijk dierenleed. Maar door mijn morbide trekken werkt deze juist averechts; in plaats van weg te kijken móét ik kijken. Ik zie alles. Slachthuisfilms, kadavers langs boerenlandweggetjes, schuimbekkende myxomatosekonijntjes in het park. Ik heb zelfs — als verwerkingsmechanisme? — een tijdlang foto's gemaakt van alle roadkill die ik tegenkwam.

Onlangs, tijdens het witten van een houten muur, heb ik nog panisch gezocht naar de minst gruwelijke manier om de langpootmuggen, die met hun dunne trilpoten in de opdrogende verf terecht waren gekomen, te bevrijden. De ontpootte mug die ik na de eerste poging tussen mijn vingers had kon zo in een Roald Dahl-verhaal voor volwassenen; een donkergrijs bolletje met gigantische vleugels die hij nooit meer in de lucht zou krijgen, topzwaar.
Het werd een verse, dikke lik verf voor de overige vastgekleefde beesten. Heel snel en met mijn ogen dicht. Ik zeg nog altijd even sorry tegen de bobbeltjes in het wit, de nummers 218 tot en met 221.

Laura is dichter. Haar debuut Bodemdrang verschijnt binnenkort bij uitgeverij Podium. Haar column zal tweewekelijks verschijnen. Fotografe Lieke Romeijn verzorgt het beeld.


Laura van der Haar is archeoloog en schrijver.

Steun ons en word kunstverzamelaar

Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis.

Zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door.

Steun ons
het laatste
Essay: Je bent pas weg als je niet reageert 2

Je bent pas weg als je niet reageert

Moderne communicatie komt met allerhande sociale ongemakken en twijfels. Maarten Buser over nabijheid en afstand en wat Kanye West hiermee te maken heeft.

Actueel Maarten Buser
Beeld Pirmin Rengers
Column: Glitterachtig afscheid

Glitterachtig afscheid

Oud en nieuw doet Iduna Paalman altijd aan glitters en aan afscheid denken. Door die ene oudjaarsavond van 1999.

Columns & Commentaar Iduna Paalman
Beeld Daphne Prochowski
Gedicht: Heilig is de tong waar de waarheid op ligt


Heilig is de tong waar de waarheid op ligt

Yentl van Stokkum brengt in het kader van de Fakeweek een ode aan de tong, die ieder woord kan omkeren tot het klinkt als de waarheid.

Best of 2018 Yentl van Stokkum
Beeld Ka-Tjun Hau
De noodzaak van het nietsdoen

De noodzaak van het nietsdoen

Koen Schouwenburg schrijft over het schemergebied tussen luieren voor de lol en luieren omdat je niet anders kunt. Proust, Kabouterland, Ottessa Moshfegh en Louis-Ferdinand Céline staan hem bij.

Best of 2018 Koen Schouwenburg
Beeld Merlijn van Bijsterveld
Hard//talk: Het beste van 2018

Het beste van 2018

Hard//hoofd zet de tien beste hard//talks van 2018 op een rij.

Actueel Hard talk-redactie

Donkere materie

Marijn van der Leeuw maakte foto's en Selin Kuscu gebruikte die als uitgangspunt voor een kort verhaal.

Best of 2018 Selin Kuscu
Beeld Marijn van der Leeuw
Biechtweek: Kutmus

Kutmus

Als mensen je niet de kans geven om je diepste gevoelens aan hen op te biechten, kun je altijd nog te biecht gaan bij mussen. Een kort verhaal van Wiard van der Kooij.

Best of 2018 Wiard van der Kooij
Beeld Friso Blankevoort
Mag ik even de aandacht

Mag ik even de aandacht?

'Als we onze gestolen momenten willen terugeisen, moeten we eerst erkennen dat de huidige digitale middelen onze vrijheid niet vergroten, maar inperken.'

Actueel Mathijs Hoogenboom
Beeld Chloé Pérès-Labourdette
Filmtrialoog: The Disciples – een straatopera

The Disciples – een straatopera

'Een opera maken met twintig daklozen is vragen om problemen.' Onze redacteuren namen de proef op de som.

Actueel Redactie
Beeld Friso Blankevoort
Messy shit 3

Messy shit

Lot Veelenturf veranderde hun naam en begon daarmee een zoektocht naar hun nieuwe stem. De acceptatie van hun flexibele genderidentiteit vereist ook een onbevooroordeeld luisteren van hen omgeving, aan wie Lot zich opnieuw voorstelt.

Actueel Lot Veelenturf
Beeld Evelien Cambré

Hard//hoofd is al bijna tien jaar een artistieke en journalistieke vrijhaven voor jong talent en experiment. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Helemaal gratis. We kunnen dit niet blijven doen zonder jouw hulp. Als je ons steunt, dan sturen we je als dank de interessantste Hard//hoofd-kunstwerken toe. Word kunstverzamelaar en help Hard//hoofd het volgende decennium door.

Steun ons