nieuwsbrief
menu Asset 14

De Muur van Parijs

Floris trok deze zomer naar Parijs en onderzocht de Périphérique: "Elke keer als de rondweg in zicht kwam sprong mijn hart op: Périphérique ma belle, Périphérique ma jolie!"

Mail

La Zône. Zo noemde men vanaf eind negentiende eeuw het gebied direct buiten de stadsmuren van Parijs. Het was officieel een schootsveld, maar het Pruisische beleg van 1870-1 had duidelijk gemaakt dat de muur niet hielp tegen mortieren en twee decennia na de bouw al militair achterhaald was. Het was de tijd van de eerste grote immigratiegolven: berooide Belgen en Italianen streken er neer in illegale woningen, tussen de hoeren en voddenboeren. Ook nadat de muur in de jaren twintig was afgebroken en vervangen door een nieuwe ring boulevards, bleef het schootsveld terrain vague. Surrealisten trokken naar ‘de vlakte van Saint-Denis’ om er fabrieken en slachthuizen te fotograferen.

Sinds de jaren zeventig loopt daar een nieuwe muur: de Parijse rondweg, de Boulevard du Périphérique. Begonnen in 1960, geopend in 1973, vier rijbanen breed, 35 kilometer lang, met 34 op- en afritten die nog steeds ‘poorten’ heten. Vanwege het altijd drukke verkeer ligt de maximumsnelheid er niet hoger dan 70. De Périphérique is tevens grotendeels de administratieve grens van de gemeente Parijs; daarbuiten begint de Banlieue.

‘Banlieue’ heeft wellicht een nog grimmiger bijklank dan ‘Zône’. Het betekent letterlijk banplaats, de plek voorbij de banpalen. Die banpalen deden weliswaar geen dienst meer – verbanning vond vanaf de negentiende eeuw plaats op nationaal niveau, en een serie rechtshervormingen had in West-Europa een einde gemaakt aan de stadsverbanningen die de wegen vulden met ontheemde banditti – maar nog altijd maakt een postcode binnen of buiten de ring een verschil in huizenprijs van tienduizenden euro’s. Het politieke, administratieve, intellectuele en culturele hart van Frankrijk bevindt zich binnen de Périphérique; maar van de tien miljoen inwoners van de Parijse agglomeratie woont acht miljoen erbuiten.

Illustratie: Floris Solleveld

Wanneer de Banlieue in het nieuws komt is dat meestal negatief. De eerste associatie zijn nog altijd de rellen in Clichy-sur-Bois in 2005, die uitbraken nadat twee jongeren op de vlucht voor de politie in een transformatorhuisje waren gekropen en werden geëlektrocuteerd. De gevechten met de politie hielden weken aan en duizenden auto’s gingen in vlammen op. Sarkozy omschreef de relschoppers ondiplomatiek als ‘canaille’, tuig. Er schijnen nog steeds regelmatig auto’s in vlammen op te gaan, de pers is alleen opgehouden erover te schrijven.
Maar de Banlieue is ook iets anders: een aaneenschakeling van voormalige dorpskernen. Wat ooit plaatsen met een eigen marktplein en soms een eigen muur waren – Vincennes, Vitry, Saint-Denis, Montmorency – zijn nu gemeenten binnen een aaneengesloten massa bebouwing. Alleen al binnen de petite couronne – de drie departementen die direct aan de Périphérique grenzen – zijn het er 123, standaard vergezeld van het lullige bordje ‘Ville fleurie’ met 1 tot 4 sterren voor de lokale bloemenpracht. Ook Versailles en de villawijk Saint-Cloud zijn strikt genomen banlieues. Er is een discrepantie tussen twee betekenissen van het woord ‘banlieue’: de zakelijke betekenis van ‘Parijs buiten de ring’ en de misprijzende verwijzing naar ‘slechte buurten’.

Binnen de Franse sociologie is het onderwerp van debat in hoeverre de banlieues – in de slechte zin van het woord – kunnen worden aangemerkt als ghetto’s. Loïc Wacquant, een hoogleraar in Berkeley die eerder veldwerk had gedaan in de ghetto’s van Los Angeles, betoogt in Urban Outcasts dat de situatie in de banlieues daarmee niet vergelijkbaar is: de banlieues zijn kleiner, etnisch diverser, geen afgesloten gemeenschappen; de werkloosheid is er hoog maar niet absoluut en de misdaad is vooral petty crime. Didier Lapeyronnie, professor aan de Sorbonne, gaat daar ondubbelzinnig tegenin met het lijvige Ghettos Urbains. Volgens Lapeyronnie is er wel degelijk sprake van een ghetto, wanneer in een wijk zelfs de gemiddelde levensstandaard beneden het sociaal minimum ligt, niemand er voor kiest om daar te gaan wonen en je er niet zo gemakkelijk uit komt. Het lijkt een semantische discussie; de banlieues zijn zonder meer erger dan de Bijlmer en minder erg dan Compton. Maar de discussie laat wel zien dat de Banlieue in zeker opzicht nog steeds ongedetermineerd gebied is. Terrain vague.

Le Grand Paris

In 2007 lanceerde Sarkozy Le Grand Paris, een project voor visies op “het Parijs van de eenentwintigste eeuw”. Na een internationale competitie werden tien teams van architectenbureaus geselecteerd om hun visie en bijbehorend onderzoeksrapport te presenteren. Dat resulteerde in een tentoonstelling in de Cité de l’Architecture in 2009. In de buitenlandse pers werd het neergezet als Sarkozy’s antwoord op de grands travaux van Mitterand (de Grande Arche, de Bibliothèque Nationale, de pyramide van het Louvre) en de prestigeprojecten van zijn andere voorgangers – Sarko wilde niet een gebouw maar een compleet nieuwe stad.

Het ontbrak niet aan grootse visioenen…

Inderdaad ontbrak het niet aan grootse visioenen. Antoine Grumbach stelde een Parijs voor dat langs de Seine tot aan Le Havre liep, het Nederlandse bureau MVRDV stelde voor om de Périphérique te overkappen en bebouwen en een station Paris Central te bouwen in Les Halles. Jean Nouvel vond dat Parijs vooral in de hoogte moest uitbreiden. Toch overheerste het realisme. De uitgangspunten die vanaf het begin centraal stonden waren uitbreiding van het metronetwerk, woningbouw en de duurzame ‘post-Kyoto’-stad; het merendeel van de rapporten richtte zich vooral op analyse van de huidige stadsdynamiek en concrete problemen van stadsvernieuwing en –uitbreiding. Sarkozy leek op dat moment zijn interesse in het project al verloren te hebben. De tentoonstelling Le Grand Pari(s) [pdf] leidde dan ook niet tot een Hausmanniaans masterplan, maar tot de oprichting van het Atelier International du Grand Paris (AIGP), waarin de deelnemende architectenbureaus samen met nieuwe partners verder onderzoek konden doen. Een denktank van vijftien private partijen op basis van tien verschillende visies – het leek niet de meest efficiënte manier om het Parijs van de eenentwintigste eeuw vorm te geven.

…maar wie moet ze realiseren?

Een jaar later, op 3 juni 2010, werd Le Grand Paris wettelijk vastgelegd. Wet N° 2010-597 bepaalt dat Le Grand Paris een stedelijk, sociaal en economisch project van nationaal belang is, dat voorziet in een nieuw transportnetwerk, 70.000 nieuwe woningen per jaar en het stimuleren van onderzoek en innovatie. Doel van dit alles is om sociale en territoriale tegenstellingen te verminderen, duurzame groei te realiseren en Parijs niet achterop te laten raken in de concurrentie met andere metropolen wereldwijd.

Probleem was van meet af aan: wie moet dit realiseren? Het meest concrete aspect van Le Grand Paris is de aanleg van vier nieuwe metrolijnen rondom Parijs; hoewel de geraamde kosten hiervan ondertussen zijn gestegen van 20 naar 30 miljard euro, staat de staat nog altijd hiervoor garant. Maar voor het realiseren van ‘duurzame groei’ en 70.000 nieuwe woningen per jaar was dat minder duidelijk. Een infograph op de recente expositie Habiter le Grand Paris liet pijnlijk de discrepantie tussen ambities en realiteit zien: sinds de jaren tachtig varieert de doelstelling op middellange termijn tussen 50.000 en 100.000 per jaar, terwijl het aantal opgeleverde woningen redelijk constant blijft tussen 30-40.000 en niet hoger uitkomt dan 47.000. Wiens taak is het nu om het Parijs van de 21e eeuw vorm te geven: de staat, de stad Parijs, de regio Ile-de-France, de samenwerkende gemeenten?

In de maanden juni en juli heerste een druk debat rond de invoering van een soort stadsprovincies, om de stedelijke uitbreiding te vergemakkelijken. Uitgerekend het artikel betreffende ‘Paris métropolitane’ werd weggestemd door een gelegenheidscoalitie van rechts (UMP) en communisten. “Exit le Grand Paris”, schreef La Gazette, het vakblad van gemeenten en de bouwsector, in dikke letters. Maar zo’n vaart liep het niet. Een bijgesteld voorstel, dat Paris Métropole alleen maar meer stedenbouwkundige bevoegdheden geeft en de deelgemeenten passeert, werd op 16 juli aangenomen. Een communistische gedeputeerde sprak van een dreigend “Haussmanniaans scenario”.

Meer groen, tramlijnen en fietspaden, meer voorzieningen in de buurt, oude gebouwen herbestemmen.

Dat is nu juist wat het project Le Grand Paris krampachtig probeert te vermijden. Begin juli vond in Centquatre, een tot cultureel centrum verbouwd industrieel pand omringd door bizarre jaren-zeventig-flats, een eerder genoemde tentoonstelling en colloquium plaats: Habiter le Grand Paris. De gepresenteerde projecten waren vrij lokaal en oncontroversieel: meer groen, tramlijnen en fietspaden, meer voorzieningen in de buurt, oude gebouwen herbestemmen. Tegelijk bleef boven de discussie een belofte hangen van grote utopische vergezichten, al werd die nooit stellig uitgesproken. Zoals Bertrand Lemoine, de directeur van het AIGP, het een week later zei: “Le Grand Paris, ç’est une réalité qu’on découvre”. De belangrijkste verdienste van Le Grand Paris lijkt dan ook niet zozeer dat het een plan voor een nieuw Parijs biedt, maar dat het een mal vormt om gedachten over een nieuw Parijs in te gieten.

De-Haussmannisering

Er zweven twee spoken uit het verleden boven het debat over de Parijse stadsvernieuwing: Baron Haussmann en Le Corbusier. Haussmann was degene die, met volmacht van Napoleon III, tussen 1853 en 1870 twintig procent van Parijs liet slopen om de stad geschikt te maken voor de moderne tijd. In plaats van nauwe straatjes en een nog half middeleeuws stadsgezicht kwamen brede boulevards en avenues. Buiten de stadsmuren werden geen boulevards gebouwd; daar trok Haussmann een web van nieuwe spoorlijnen en wegen doorheen. In zekere zin legde Haussmann daarmee het raamwerk voor de stadsvernieuwing van na de oorlog, door een generatie architecten die sterk beïnvloed waren door Le Corbusier. Gedurende de wederopbouw van 1945-1975, Les Trente Glorieuses, verrezen de later berucht geworden woonblokken met licht, lucht en ruimte: de Bijlmermeer in tienvoud. Anders dan Le Corbusier voor ogen stond, en anders dan in de Bijlmermeer, zijn het geen aaneengesloten homogene woonblokken: het inwonertal van de unités d’habitation varieert van enkele honderden tot enkele duizenden. En anders dan bij de Bijlmermeer was er een zeer concrete aanleiding: in de jaren vijftig en zestig werd Parijs omringd door sloppenwijken vol Portugese en Algerijnse vluchtelingen en immigranten. De laatste bidonvilles werden in de jaren zeventig geruimd om plaats te maken voor grands ensembles.

Stadsvernieuwing betekent in Parijs dan ook in belangrijke mate: afrekenen met Haussmann en Le Corbusier

Een van de belangrijkste verschillen tussen beide bouwgolven is de rol van de verkeersweg. Haussmann bouwde boulevards die breder en sneller waren dan de oude straatjes, maar waar mensen ook langs wonen en wandelen. Le Corbusier daarentegen verkondigde 'la mort de la rue' ten gunste van 'la route'. Het resultaat is bekend: tussen de flatgebouwen en de verkeersaders ontstond een nieuw terrain vague. Guy Debord, de grondlegger van het situationisme, zag in de jaren vijftig de auto oprukken en riep toen al op "de straat te herontdekken”; een onderzoeksdossier van Le Grand Paris zegt het hem een halve eeuw later na.

Stadsvernieuwing betekent in Parijs dan ook in belangrijke mate: afrekenen met Haussmann en Le Corbusier. De belangrijkste middelen daartoe zijn tot nog toe de tram en de vélib. De gemeentelijke huurfietsen (‘vélo libre’, hoewel niet geheel gratis) zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Om de paar blokken staat een van de 1225 stations. Met hun introductie in 2004 zijn ook op de boulevards fietszones en fietsstoplichten verschenen; het blijft een ietwat hachelijke onderneming om tussen de auto’s door te laveren en de boulevards diagonaal over te steken, maar aangezien het vaak de enige manier is om vooruit te komen, hebben de fietsende Parisiens al gauw geleerd zich als een halve auto te gedragen. De trams zijn minder zichtbaar voor wie alleen in het centrum komt. Ze beginnen op de Boulevards des Maréchaux, de ring van avenues die het tracé van de oude stadsmuur volgt en dus precies binnen de Périphérique valt, en strekken zich uit tot buiten de petite couronne. Samen zijn de trams en vélibs, zonder iets te slopen of te bouwen, er in geslaagd de prachtige stinkende autostad Parijs een stuk sympathieker te maken. Het recept is sindsdien door vrijwel alle Franse steden overgenomen, zoals Nantes, Nice, Bordeaux, Metz, Marseille, Straatsburg en Lille. Lyon had al eerder vélibs. Het meest zichtbare verschil is dat de trams in die steden ook door het stadshart rijden en dat de afstanden buiten het centrum beter te befietsen zijn. De vélib van Parijs wordt al snel buiten de Périphérique schaars.

Le Grand Paris sluit aan op een transitie die toch al aan de gang is. De grote verdienste van het project is daarbij dat het een abstracte discussie zeer zichtbaar en publiek weet te maken. De beide zalen van Centquatre zitten tamelijk vol tijdens het colloquium. Overal staan informatieborden en het plein voor het Hôtel de Ville is in een tijdelijke tuin getransformeerd, om voor te lichten over nieuwe groenzones in Parijs. In de zakenwijk La Défense staan grote kleurige kubussen om voor te lichten over ‘La Défense 2020’. De cinema in Les Halles toont de hele maand films over de Banlieue, onder de titel ‘Imaginer le Grand Paris’. De linkse krant Libération houdt er een speciaal blog over bij.

De muur begint al af te brokkelen

Ondertussen vindt een aantal stadvernieuwingen juist rond de Périphérique plaats. Centquatre is in 2008 opgeleverd, als deel van de herinrichting van de wijk Quartier des Flandres. In het Parc de la Villette is in het vorige decennium een complex verrezen met het nationale conservatorium, theaters en een muziekmuseum; een nieuwe Philharmonie is in aanbouw. Twee delen van de Périphérique die toch al in een betonnen bak lagen, zijn overkapt en bedekt met parken. Het oude vrachtwagenterrein van ‘la plaine de Saint-Denis’ is aangemerkt als ontwikkelingsgebied. In Batignolles, de wijk die was aangewezen als Olympisch kwartier voor de Spelen van 2012 die uiteindelijk naar Londen gingen, verrijst een nieuw paleis van justitie, met daaromheen een park, een nieuwe woonwijk en een uitbreiding van de metrolijn. De muur begint al af te brokkelen.

Maar in hoeverre is de Périphérique nu daadwerkelijk een muur? Er is maar één manier om daar achter te komen: er overheen gaan.

Over muren

In 1988 fietste actrice Tilda Swinton de Berlijnse muur rond. Een jaar later viel de muur. Twintig jaar later kwam ze terug en fietste hetzelfde traject nogmaals. Het leidde tot de films Cycling the frame en The invisible wall. Ik deed hetzelfde met de Périphérique, alleen was mijn route kronkeliger.

Gedurende enkele dagen verkende ik het traject van de Périphérique en de omliggende wijken, op de vélib en deels ook hardlopend. Naast de 34 op- en afritten zijn er nog enkele tientallen overgangen en op een paar uitzonderingen na ben ik ze allemaal overgegaan. Het had wel iets van een dérive. Elke keer als de rondweg in zicht kwam sprong mijn hart op: Périphérique ma belle, Périphérique ma jolie! Waar de rondweg onder de grond zit, gaat het oversteken soms ook ongemerkt. Als je sportvelden ziet en busstations, weet je meestal wel dat je in de buurt van de Périphérique bent.

Périphérique ma belle, Périphérique ma jolie!

Mijn conclusie was dat het met de radicale overgang wel meevalt. Ondanks de aangesloten bebouwing deden de buitenwijken van de petite couronne vooral een beetje dorps aan, behalve natuurlijk de hoofdkantoren van La Défense en de kolossale nieuwbouw van Boulogne-Bilancourt. Als ik echte armoede had willen zien was dat niet moeilijk geweest: er gaat een metro naar Créteil, Chlichy-sur-Bois, Cergy-Pontoise en Grigny. Maar vanaf de rondweg zijn die nog uit zicht en de vélib komt er niet. Nu stuitte ik, haast tot mijn opluchting, op een paar morsige flatgebouwen in Ivry. Maar die heb je binnen Parijs ook.

Een deel van de grands ensembles is ondertussen al weer gesloopt of staat daarvoor op de nominatie. Femke Kaulingfreks, een Nederlandse onderzoekster die binnenkort promoveert op de banlieues, is daarover sceptisch: "de werkloosheid in de buitenwijken is onverminderd hoog, en dat los je niet op door flats te slopen of te renoveren". Nabij de basiliek van Saint-Denis was een occupy-actie gaande van 'expulsées de la rue'. Ze hadden zich in het winkelcentrum geïnstalleerd met spandoeken en winkelwagens vol matrassen. Een paar blokken verderop werd, toegelicht door de onvermijdelijke informatieborden, de stad vernieuwd.

Het lijkt erop dat de echte grens ondertussen langs de A86 loopt. De tweede rondweg van Parijs, op 5 tot 10 kilometer afstand van de Périphérique, en in de bosrijke omgeving van Versailles en Saint-Cloud volledig onder de grond. Daarbuiten liggen niet alleen de slechtste wijken maar ook de vliegvelden, de bossen en de landerijen. Maar de Périphérique vormt nog altijd de mentale grens tussen ‘binnen’ en ‘buiten’, tussen waar het gebeurt en waar je niet hoeft te zijn als je er niet woont. Dat is op zich niet uitzonderlijk: de meeste grote steden hebben een rondweg en dat is meestal ook een scheiding. Maar nergens anders in Europa is die rondweg zo rond, de bevolking daarbinnen zo sterk opeengepakt, en de bevolkingsmassa daarbuiten zo groot. Wellicht doet Paris Métropole de realiteit meer recht, maar de Périphérique blijft een muur in het hoofd.
Misschien moet ik er over twintig jaar nog eens rond.

-

Dit artikel ontstond op basis van een residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre.

Floris Solleveld is Hard//hoofd-redactielid en overdag historicus en filosoof. Tussendoor tekent hij met inkt en penseel en schrijft over interdisciplinaire podiumkunsten. Of over politiek. Soms ook poëzie.

Steun ons en word kunstverzamelaar

Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis.

Zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door.

Steun ons
het laatste
Essay: Je bent pas weg als je niet reageert 2

Je bent pas weg als je niet reageert

Moderne communicatie komt met allerhande sociale ongemakken en twijfels. Maarten Buser over nabijheid en afstand en wat Kanye West hiermee te maken heeft. Lees meer

Column: Glitterachtig afscheid

Glitterachtig afscheid

Oud en nieuw doet Iduna Paalman altijd aan glitters en aan afscheid denken. Door die ene oudjaarsavond van 1999. Lees meer

Gedicht: Heilig is de tong waar de waarheid op ligt


Heilig is de tong waar de waarheid op ligt

Yentl van Stokkum brengt in het kader van de Fakeweek een ode aan de tong, die ieder woord kan omkeren tot het klinkt als de waarheid. Lees meer

De noodzaak van het nietsdoen

De noodzaak van het nietsdoen

Koen Schouwenburg schrijft over het schemergebied tussen luieren voor de lol en luieren omdat je niet anders kunt. Proust, Kabouterland, Ottessa Moshfegh en Louis-Ferdinand Céline staan hem bij. Lees meer

Hard//talk: Het beste van 2018

Het beste van 2018

Hard//hoofd zet de tien beste hard//talks van 2018 op een rij. Lees meer

Donkere materie

Marijn van der Leeuw maakte foto's en Selin Kuscu gebruikte die als uitgangspunt voor een kort verhaal. Lees meer

Biechtweek: Kutmus

Kutmus

Als mensen je niet de kans geven om je diepste gevoelens aan hen op te biechten, kun je altijd nog te biecht gaan bij mussen. Een kort verhaal van Wiard van der Kooij. Lees meer

Mag ik even de aandacht

Mag ik even de aandacht?

'Als we onze gestolen momenten willen terugeisen, moeten we eerst erkennen dat de huidige digitale middelen onze vrijheid niet vergroten, maar inperken.' Lees meer

Filmtrialoog: The Disciples – een straatopera

The Disciples – een straatopera

'Een opera maken met twintig daklozen is vragen om problemen.' Onze redacteuren namen de proef op de som. Lees meer

Messy shit 3

Messy shit

Lot Veelenturf veranderde hun naam en begon daarmee een zoektocht naar hun nieuwe stem. De acceptatie van hun flexibele genderidentiteit vereist ook een onbevooroordeeld luisteren van hen omgeving, aan wie Lot zich opnieuw voorstelt. Lees meer

Essay: ‘Dank voor jullie inzet!'

‘Dank voor jullie inzet!'

Mensen willen het liefst werk doen dat in een positieve zin bijdraagt aan het leven van anderen. Maar is dit wel een haalbaar ideaal? Lees meer

 1

Kerstbezoek voor Gavin Marley

Gavin en Susan lopen elkaar jaren na hun middelbareschooltijd weer tegen het lijf. Gavin, die inmiddels steenrijk is, nodigt de dakloze Susan bij hem thuis uit. Lees meer

Gedachtes over het imposter​syndroom

Gedachtes over het imposter​syndroom

Het jaar is bijna voorbij en daarom zet Hard//hoofd de beste stukken van 2018 nog één keer in de schijnwerpers.   Slimme, competente mensen die ervan overtuigd zijn dat ze hun succes niet verdienen. Het komt zo vaak voor dat er een term voor bestaat: het impostersyndroom. In het kader van de Fakeweek een persoonlijke... Lees meer

Tip: Neem je beste vriend(in) mee naar een kerstdiner

Neem je beste vriend(in) mee naar een kerstdiner

In deze laatste tip van 2018 geeft Emma Stomp op de valreep een onmisbaar advies voor de feestdagen. Lees meer

Mentale maandag: kerst 1

All I Want for Christmas

Mentale gezondheid is belangrijk, maar we praten er weinig over. Daarom gidst Nastia Cistakova je in deze tweewekelijkse beeldcolumn langs de taboes, onhandige vragen en ongemakkelijke antwoorden over psychische problemen. Nastia weet hoe het voelt als het er in dat prachtige hoofd van je soms net wat anders aan toegaat dan ‘normaal’, en ze illustreert herkenbare... Lees meer

Willen wonen in een kerstetalage

Willen wonen in een kerstetalage

Ieder jaar met kerst willen we heel veel spullen kopen. Het zijn rekwisieten voor wanneer we ons even de protagonist in een kerstverhaal willen wanen. Maar doen we dit eigenlijk niet het hele jaar? Lees meer

Alles vijf sterren: Amstelveen, een kroeg en klassieke muziek 1

Stoofvlees, heiligen en de liefde

Deze week spraken drie hard//hoofd-redactieleden hun kersttip voor je in. Van stoofvlees, via Nick Cave, naar oude liefde. Lees meer

De komma in mijn komedie

De komma in mijn komedie

'Roken is niks anders dan spelen met de dood', iedereen weet dat het een slecht idee is, maar toch beginnen mensen eraan. Koen Schouwenburg schrijft over de absurditeit van een verslaving en hoe daarmee om te gaan. Lees meer

Hard//talk: Sociaal ondernemers: stop met vliegen afvangen

Sociaal ondernemers: stop met vliegen afvangen

De wereld staat in brand en dat mag niet onbeschreven blijven. Sociaal ondernemen is de beste keuzes maken in een imperfecte wereld. Stop daarom met elkaar afvallen, vorm samen een front, en focus op de positive impact van duurzame innovatie, betoogt Dylan Meert. Het wordt tijd dat duurzame, eerlijke en sociale initiatieven ophouden met elkaars... Lees meer

Column: Skaten is overleven

Olympisch gezien

Iduna Paalman wil nét naar bed gaan als haar broertje belt. Met gewéldig nieuws. Lees meer

Steun ons en word kunstverzamelaar
Hardhoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. Word nu kunstverzamelaar en ontvang de interessantste Hard//hoofd kunstwerken.

Steun ons vanaf €5