nieuwsbrief
menu Asset 14

Modeoma’s

De Amsterdam Fashion Week staat voor de deur en hard//hoofd doet vrolijk mee. We trappen af met een reeks Belgische oma's: Joyce onderzocht het modebewustzijn van de Vlaamse vrouw op leeftijd.

Mail

Op Radio 1 hoor ik een interview met Inge Onsea, de vrouw achter het Belgische modemerk Essentiel. De modewereld staat op zijn kop, gaat over de kop, maar Essentiel groeit. Volgens de ontwerpster is de toegankelijkheid van het merk een van de redenen voor het succes: "We hebben klanten van zestien tot vijfenzestig jaar", vertelt Onsea. Maar waar moet de vijfenzestigplusser dan heen, vraag ik mij af. Stopt het modespel na je vijfenzestigste, resten er dan enkel nog Damart, beige steunkousen en andere comfortkledij?

De twintiger Ari Cohen bewijst al enkele jaren dat oud niet out is. Op zijn blog Advanced Style portretteert hij fashionista’s op leeftijd. Maar dat is New York natuurlijk. Hier in de nederige Lage Landen zie ik onrustwekkend veel oudere hoofden met blauw uitslaande kleurspoeling, gecombineerd met grijze of beige gewatteerde jassen en gemakkelijke schoenen. Wat betekent mode voor iemand die in de herfst van het leven zit? En ook: wat vinden zestigplussers van de mode vandaag?

Die blos is van de port

“Ik vind wel dat jij hier de allermooiste mevrouw bent.”

Op een donderdagavond voor Kerstmis loop ik rusthuis Ten Gaarde in Antwerpen binnen. In de helbelichte nieuwbouwcafetaria zitten groepjes ouderen te keuvelen. Ik schuif lukraak aan bij twee dametjes die aan de port zitten. Nu ja, lukraak, deze dametjes zien er net iets kleuriger, iets frivoler uit dan de andere grijze hoofden. De vrouwen lijken mijn bezoek helemaal niet raar te vinden, integendeel, na een knikje mijnentwege blijven ze gewoon gezellig tegen elkaar doorbabbelen. Als ik hen voorzichtig onderbreek en vraag hoe belangrijk het is om op hun leeftijd aandacht te schenken aan hun voorkomen, steken ze meteen koket van wal.
“Er lopen hier heel wat elegante dames rond hoor," zegt Philomène. “Jawel, hier wordt veel toilet gemaakt.” Philomène kijkt goedkeurend rond en nipt van haar glaasje port. “Philomène," zegt haar vriendin Mary, “ik vind wel dat jij hier de allermooiste mevrouw bent.” Mary kijkt verrukt naar haar vriendin en begint met een zwaar Engels accent de lof te zingen over Philomènes jurk, haar huid en vooral haar kapsel. “Ja, ja, dat zal wel," antwoordt Philomène laconiek, “het is een pruik.” Het is wel een heel mooie pruik, dat moet Philomène wel toegeven. Make-up draagt ze niet, dat maakt een gezicht toch alleen maar ouder, vindt ze. En die blos op haar wangen dan? “Da’s van de port.”

Philomène van der Heeten is negenentachtig en woont nog maar een jaar in het rusthuis. Ze was vroeger naaister en maakte al haar kleren zelf. De jurk die ze draagt is al zeker twintig jaar oud, maar hij ziet er nog perfect uit. Nieuwe kleren kopen doet ze nooit. Niet dat ze niet een keer iets nieuws zou willen, maar haar kast hangt nog vol met “heel schoon goed" en dat kun je toch niet zomaar wegdoen. Al die jurken zijn nog steeds mooi omdat ze zo eenvoudig zijn, vindt ze. “Kleren met frullen en tierlantijntjes, dat is nooit goed. Dat is altijd direct uit de mode. Eenvoud siert. Dat is tijdloos.”

Illustratie: Gemma Pauwels.

 

Mary knikt. Ze begint te praten, veel en wild, maar het is niet gemakkelijk haar te verstaan, de refter heeft de akoestische kwaliteiten van een zwembad. Mary Dyaeke is nog relatief jong, drieënzeventig. Ze komt uit Groot-Brittannië en volgde haar Belgische man naar Antwerpen. Hier woont ze nog maar een paar maanden, de vriendschap tussen Philomène en Mary is dus nog pril. Regelmatig vragen ze elkaars naam, die waren ze alweer vergeten. Het klikt tussen die twee, en ik begin te denken dat vrienden zoeken bij oude mensen op precies dezelfde manier werkt als vroeger op school: de mooie meisjes trokken ook altijd op met andere mooie meisjes.
“Tijdens de oorlog ging ik naar de coupe", vertelt Philomène. “Allez, de coupe, kent ge dat niet? Daar leerden we patronen tekenen. Als je patronen kunt tekenen, dan kun je alles maken. Nu kan ik niet meer naaien, ik heb artrose. Mijn naaimachine staat hier op mijn kamer, maar sinds ik hier woon heb ik het nog maar één keer gebruikt: voor de draperieën.”

You see a bit of cleavage.

Mary naaide vroeger ook veel, op de Singer van haar moeder. Haar oom was elektricien en bouwde de Singer met trap om tot een elektrische machine. Later, we spreken over de jaren zestig, ging ze in een boetiek werken in Sheffield. Modeboetieks, dat was iets nieuws en er was er maar eentje in de stad. Haar baas ging ieder seizoen naar Londen om er laatste nieuwe stuks in te kopen. “Ik heb toen een keer een heel mooie jurk van hem gekregen, die heb ik nog steeds.” De volgende dag bezoek ik Mary in haar kamertje, waar ze me de jurk laat zien. “Hij is wel een beetje gedurfd, niet?” zegt ze giechelend, “you see a bit of cleavage.

Als een puber houdt ze de jurk voor en weet zich geen houding te geven als ik een foto maak. “I don’t take a good photo", verontschuldigt ze zich. “Nu toch niet meer, vroeger wel.” Heel voorzichtig komt er een aap uit de mouw: “Die boetiek waar ik werkte, deed ieder seizoen een kleine show. Dan showde ik de kleren. Ja, op een catwalk. Ik had ook een portfolio met foto’s van mezelf, maar die is weg. Iemand was jaloers en stal hem.”

Mary Dyaeke (73) toont een jurk die ze ooit van haar baas kreeg in Londen. “You see quite a bit of cleavage.”

 

Jongens met hun broek op hun gat

Terug naar de kale refter. Philomène heeft liever geen bezoek op haar kamer, maar een foto in het onflatteuze tl-licht mag wel. “Wat er tegenwoordig in de mode is, daar begrijp ik niets van", zegt Philomène. “Het lijkt wel of alles in de mode is. Die jongens met hun broek zo laag dat hij op hun gat hangt, dat is lelijk. Maar ja, het zijn jonge kerels, die groeien daar wel over. Zelf draag ik nooit een broek. Dat voelt niet goed. En mijn man hield er ook niet van.” Dan wordt Philomène heel stil. Er bolt water op in haar ogen en van het ene op het andere moment huilt ze dikke tranen. Ze mist haar man. Die stierf net voor ze hier kwam, het went niet, zegt ze.

Een uurtje geleden had ik deze vrouw nog nooit gezien, nu zie ik mezelf haar hand vasthouden. Gelukkig breekt Mary de stilte: “Er loopt hier een heel mooie mijnheer rond," zegt ze opbeurend. “Heel elegant gekleed, altijd met een hoed en een pelsen mantel.” “Ja, ik weet wel wie je bedoelt, die woont hier tegenover", pikt Philomène in. De tranen zijn even plots verdwenen als ze kwamen. “Hij is wel een beetje ‘anders’ denk ik", vertrouwt Mary me toe. “Zo piekfijn in orde, dat kan bijna niet anders, die zal wel homo zijn.”

Philomène van der Heeten (89) maakte al haar kleren zelf, zoals deze jurk die al twintig jaar oud is.

 

Er is gewoon geen stijl

“U bent exact op tijd", zegt Anne goedkeurend als ze deur voor me open doet. Nadat ze me instructies heeft gegeven waar ik mijn jas moet hangen en me een plaats heeft toegewezen, wil ze eerst weten of ik haar kan verzekeren dat haar naam nergens verschijnt. Ze komt uit een invloedrijke ondernemersfamilie en daarom blijft ze liever discreet. Ik beloof het plechtig. “Goed", vervolgt ze, “wat is uw eerste vraag?”

“Stijliconen als Hepburn stippelden een lijn uit en daar hielden de mensen zich aan. Dat was dé mode.”

Anne is vijfentachtig en woont in een enorme villa in een Antwerpse buitenwijk. Ze is de oma van een vriendin van me en bekend om haar eeuwige kasjmieren truien en haar ongezouten meningen over hoe je je hoort te kleden. “In vergelijking met zestig jaar geleden is er een enorm verschil met de ingesteldheid over kledij,” vertelt Anne. “In de jaren vijftig kwam er een nieuwe trend op: smalle taille, brede rokken, heel mooi kapsel. Denk aan Audrey Hepburn en Chanel. Na de oorlog was kleding zeer belangrijk. De mensen hadden honger geleden, er was ontbering geweest en nu wilden de mensen opnieuw genieten. Daarbij hoorde ook zich netjes kleden. Stijliconen als Hepburn stippelden een lijn uit en daar hielden de mensen zich aan. Dat was dé mode. De rokken werden doorheen de tijd wel korter en smaller. Maar er was een mode. Er was één lijn, één strekking. Alles paste. Wat jonge mensen vandaag dragen, daar begrijp ik werkelijk niets van. Er zit absoluut geen lijn in.”

Ze denk even na en vraagt dan heel oprecht geïnteresseerd: “Mag ik u vragen, wat is voor uw generatie het belangrijkste? Dat u er mooi uitziet? Dat u uw kleren veel kunt afwisselen? Want ik vraag me werkelijk af: als jongeren ’s morgens in de spiegel kijken, denken zij dan: ben ik mooi? Past alles wat ik aanheb bij elkaar? Passen mijn schoenen bij mijn ensemble?”

Ik gluur even onopvallend naar mijn eigen ensemble: een wollen vest, een zwart jurkje waar ik de onderkant van heb afgeknipt, een afgesleten jeansbroek. Sneakers.

Anne vervolgt haar analyse. “Ik denk dat jonge mensen zo redeneren: ik heb die trui gekocht, die vind ik tof. En deze rok vind ik ook tof. Dus ik doe ze allebei aan. Maar ze vergeten na te denken of het wel bij elkaar past. Ik begrijp de filosofie daar niet achter. Ik heb het niet over een bepaalde stijl die mij niet bevalt, nee, er is gewoon geen stijl. Heeft u daar wel eens over nagedacht?”

Ik moet haar het antwoord schuldig blijven en om de aandacht af te leiden van mijn eigen plunje, vraag ik maar wat ze van de kledingstijl van haar kleindochter (die vriendin van me dus) vindt. Het antwoord is kort: “Raar.”

Dan borduurt ze verder op het thema vroeger/nu: “Toen mijn dochters klein waren, droegen ze steeds witte jurkjes, vaak met smock. Ik wilde dat mijn kinderen er piekfijn uitzagen. Iederéén wilde dat zijn kinderen er prachtig uitzagen. Ik heb inmiddels achterkleinkinderen. Wat zij dragen, dat draait alleen maar om comfort. Het moet alleen maar praktisch zijn. Stoffen die je niet moet strijken, donkere kleren waarop je niet te gauw vlekken ziet. Dat heeft niets meer met schoonheid te maken. De prioriteiten zijn verschoven. Ach ja, ik spendeerde vroeger ook iedere dag minstens een uur om die kleertjes uit te wassen. Wie dat nu doet is gek."

Kasjmir voor altijd

Er worden fotoalbums bijgehaald. We zien Anne door verschillende decennia. Anders dan mijn eigen oude foto’s, is er bij Anne geen enkele waar ze zich voor zou kunnen schamen. Hoewel de schouders hier wat breder worden en de rokken daar wat smaller en dan weer breder, een klassieke stijl blijft de rode draad en ze ziet er op iedere foto uit om door een ringetje te halen. “Ik draag al zestig jaar kasjmieren pullovers. Ik heb pulls die vijftig jaar oud zijn en waar geen enkel pluisje op zit. Je moet meegaan met de trends, je moet modieus zijn, zoals ik altijd geweest ben. Maar een kasjmieren pull is een tijdloos basisstuk. En kwalitatieve kledij gaat voor altijd mee. Je moet het wel goed verzorgen.”

En dan komt het toch, onvermijdelijk: “Dat wollen vest dat u aanheeft, ik zie dat dat kwaliteit is, maar hoe gaat u er toch mee om? De ellebogen hangen door, het pluist aan alle kanten. En mag ik vragen waarom u bij dit beige vest een zwarte blouse draagt? Een zijden witte blouse, dat heeft u nodig.”

Ik bekijk mezelf met de blik van iemand die al zestig jaar kasjmir draagt, van iemand die vanaf het begin een consequente keuze heeft gemaakt over wat stijl is. Ik zink weg in het crèmekleurige bankstel en besef dat zij gelijk heeft. Vol goede voornemens stap ik de deur uit. Een stijlvoller bestaan tegemoet.

Anne (85) draagt al zestig jaar kasjmir. Ze heeft een kasjmieren trui in elke mogelijke kleur.

 

Oude mensen die zich geweldig laten gaan

“Ik ben zelf nooit zo bezig geweest met mode. Tot onzen Dirk kwam natuurlijk. In het begin durfde ik zijn kleren niet goed te dragen, het was zo speciaal. Omdat de mensen mij erover aanspraken ben ik steeds vaker zijn ontwerpen gaan dragen. Gelukkig ben ik niet te dik en passen zijn kleedjes mij mooi.”

Marcelle Dehasque is eenentachtig en woont in de Kempische provinciestad Geel, in het huis waar ze haar vijf kinderen heeft grootgebracht. Haar oudste zoon is Dirk van Saene, één van de befaamde Antwerpse zes en levenspartner van Walter Van Beirendonck. Gehuld in haar zoons creaties, een zwart wollen jurk en een zijden sjaal die Van Saene voor Delvaux ontwierp, ontvangt Marcelle me in huiselijke gezelligheid met koffie en koekjes. Haar dochter en diens man verhuizen naar de keuken, na wat gegiechel over ‘het mode-interview met ons ma.’ “Ons ma kent niks van mode hoor", vertrouwt de dochter me toe voor ze ons alleen laat. Maar als ik Marcelle daar zo zie zitten, een koket, perfect verzorgd dametje, kan ik dat maar moeilijk geloven. Oké, de moeder van een van Belgiës bekendste ontwerpers volgt de catwalks niet op de voet, maar ze kijkt wel goed om zich heen. En ze weet maar al te goed dat ze qua looks allerminst de slechtste kaarten heeft getrokken.

Op de computerles zie ik ook jonge mensen met de vreemdste kleren aan: een legging zonder een rok erboven bijvoorbeeld.

“Als ik naar mensen van mijn leeftijd kijk, dan denk ik soms: hoe is het mogelijk? Ik zie hier veel oude mensen die zich geweldig laten gaan. Tja, ze zijn vaak heel dik en dan is het moeilijker om je mooi te kleden. Veel mensen hier kopen hun kleren op de markt, dat kan nooit mooi zijn, hè? Zie ze daar nu eens lopen, denk ik dan. In een lange broek, met zo’n derrière! En in plaats van er dan iets losvallends over te dragen, nee. Ik begrijp daar niks van. Op de computerles zie ik ook jonge mensen met de vreemdste kleren aan: een legging zonder een rok erboven bijvoorbeeld. Ik doe zelf ook nooit een broek aan. Dat zag mijn man niet graag. Dat vond hij niet vrouwelijk.”

Ook haar zoon Dirk vindt dat zijn moeder het mooist is in een rok. Al van jongs af aan gaf hij zijn moeder en tante advies over hun outfits. “Dirk tekende en schilderde al heel mooie dingen toen hij nog klein was. Toen hij nog maar een kleuter was, hij kon amper praten, ging hij een keer met mijn moeder mee naar Leuven. Mijn moeder stond te praten met een vriendin en Dirk zat de hele tijd naar haar te kijken, plots zei hij: ‘Madam, dat zijn mooie oorbellen!’ Niet te geloven. Later is hij naar de modeacademie gegaan.”

Trots is ze, maar ook nuchter. “Zijn laatste collectie vond ik maar niks. Veel te druk. Ik vraag me af of hij iets heeft verkocht. In de solden misschien?” Ach, als moeder heb je het recht om uit je hart te spreken, daar kan geen modejournalist tegenop.

“Als je oud bent is het net erg belangrijk dat je je goed verzorgt," vertelt Marcelle. “Soms heb ik er geen zin in, dan denk ik, ik ben toch maar alleen, voor wie moet ik het doen? Maar dan denk ik aan mijn man die voor hij stierf zei: ‘Als ik ga, moet gij de draad weer oppakken, gij moogt u niet laten gaan.’ En dat doe ik dan ook maar. Voor hem, voor de kinderen en voor mezelf natuurlijk.”

Marcelle Dehasque (81) in een jurk en een zijden sjaal uit de collectie van haar zoon, de Antwerpse ontwerper Dirk Van Saene.

 

Mijn haar laat ik grijs

Je hebt oma’s met beige steunkousen met dito jas en huidskleur. Je hebt ook oma’s die krampachtig hun leeftijd ontkennen en hopen dat designerkleren, stiletto’s en een laag make-up hun oude kop kunnen verdoezelen. Daarnaast heb je ook oma’s zoals Gerdi Esch, die haar leeftijd omarmt (ze is zeventig) en toch modieuzer voor de dag komt dan de gemiddelde twintiger.

“Op deze leeftijd vind ik het net makkelijker om me te kleden dan vroeger", zegt ze. “Met de jaren heb ik een stijl ontwikkeld die een tweede natuur is geworden. Stiller ja, dat wel. En veel zwart, ik hou van zwart. De nieuwe generatie modeontwerpers wordt ook stiller merk ik, minder gericht op de massa, ze gaan meer reflecteren over mode, wat ze willen overbrengen, in plaats van enkel gericht te zijn op verkoop.”

Je hoort het al meteen, Gerdi Esch babbelt niet zomaar wat vrijblijvend over mode, het is haar vak. In 1981 richtte ze mee het blad Flair op, waar ze samenwerkte met – toen nog kleintjes – Walter van Beirendonck, Ann Demeulemeester en andere inmiddels iconen van de Belgische mode. In 1998 stampte ze het Flanders Fashion Institute mee uit de grond, waar ze zich vooral inspande om de Belgische mode in het buitenland te promoten. Daarnaast gaf ze les op de modeacademies in Antwerpen, Den Haag en Hangzhou. Nu is ze nog steeds modejournaliste, op een lager pitje, dat wel.

“Met het ouder worden ben ik in mijn kledingkeuze wat meer van het intimistische gaan houden”, vertelt Gerdi aan de keukentafel van haar gezellige huis in Antwerpen, toevallig net bij mij om de hoek. “Ik kleed me wat stiller, eenvoudiger. Mode heeft vaak te maken met ‘kijk naar mij’, het is een expressiemiddel van wie je bent of een zelfs een statussymbool. Vroeger kleedde ik me wel wat flamboyanter, maar die behoefte heb ik nu minder.” Het lijkt logisch, met je kleding druk je uit wie je bent en als je ouder wordt evolueert je manier van kleden mee. Toch blijkt dat niet zo eenvoudig als je de vele grijze oudjes en de oudjes slash bimbo’s ziet.

“Mijn haar laat ik grijs. Dat is een bewuste keuze. Ik vind oudere vrouwen met gekleurd haar soms wat gekunsteld overkomen, omdat het contrast tussen het gezicht (oud) en het haar (jong) te groot wordt. Op die manier lijken ze alleen maar ouder, zeker als ze voor een harde kleur kiezen. Als je ouder wordt, wordt je gezicht minder zacht, het wordt wat bruter, dan kun je beter ook een zachte haarkleur kiezen."

"Ik ga liever naar een stockverkoop dan dat ik me laat verleiden iets bij een keten als Zara te gaan kopen. Cos is ook een keten, maar die heeft toch een wat betere prijs-kwaliteitverhouding."

“Een groot deel van de bevolking vindt dat je op een bepaalde leeftijd niet meer mee kunt met de mode. Maar als je een klassieke stijl volgt, dan kun je je stijlvol kleden tot je honderdste. Klassieke mode, ik denk bijvoorbeeld aan Hermès, is natuurlijk nogal prijzig. En wie van een pensioen leeft, heeft het ook minder breed. Tweedehandskledingwinkels of stockverkopen van de Belgische ontwerpers zijn daarom een goed alternatief. Ik ga liever een of twee keer per jaar naar een stockverkoop dan dat ik me iedere maand laat verleiden om iets bij een keten als Zara te gaan kopen. Cos is ook een keten, maar die heeft toch een wat betere prijs-kwaliteitverhouding. Die winkel is voor mij ook een goed alternatief, al moet je goed letten op het materiaal waaruit de kleren gemaakt zijn. Hoe ouder je wordt, hoe belangrijker snit en een goede kwaliteit van stoffen worden. Als je jong bent kun je alles aan.”

Broek is verboden

Twee uur blijf ik in de keuken bij Gerdi zitten en laat me onderdompelen in de anekdotes over de modewereld, de shows in Parijs, de banden die ze smeedde met Belgische ontwerpers die nu de wereld veroveren. Ik was al helemaal vergeten dat deze vrouw zéventig is, maar ze herinnert me aan een andere tijd: “Toen ik jong was bestond prêt-a-porter nog niet. Er bestonden ook geen boetieks. Wij keken naar de Parijse modellen en maakten onze kleren zelf, uit gordijnstoffen bijvoorbeeld. We kregen naailes op school, maar ik wilde toen al iets anders dan wat gebruikelijk was. Eind jaren zestig werkte ik voor Vrouw en huis, een magazine dat nu niet meer bestaat. Ik herinner me dat Yves Saint Laurent in die periode een broekpak uitbracht. Dat was een hele omwenteling en ik vond het prachtig. Maar op die redactie mocht ik geen broek dragen. Dat was niet gepast. Van mijn moeder mocht ik ook niet in een broek buitenkomen. Later ben ik in een lange broek getrouwd. In het zwart. Ik ben blijkbaar altijd wel een beetje controversieel geweest, wat mode betreft."

“Voor 1968 waren er voor zowat alles in de maatschappij regels, ook op het vlak van wat men moest dragen. Er was een lijn en daar ‘moest’ je je aan houden. Als er op de cover van Elle een minirok stond, dan droeg iedereen mini. Dat die normen vervaagd en verdwenen zijn, vind ik fantastisch. Iedereen kan zichzelf uitdrukken door hoe hij zich kleedt. Dé mode, dat bestaat niet meer.”

Gerdi Esch (70) in een blouse uit de beginperiode van Martin Margiela. Katoen met print.

 

Joyce de Badts is Hard//hoofd-redactielid.
Gemma Pauwels is freelance illustrator en woont in Amsterdam.

Steun ons en word kunstverzamelaar

Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis.

Zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door.

Steun ons
het laatste
Essay: Je bent pas weg als je niet reageert 2

Je bent pas weg als je niet reageert

Moderne communicatie komt met allerhande sociale ongemakken en twijfels. Maarten Buser over nabijheid en afstand en wat Kanye West hiermee te maken heeft.

Column: Glitterachtig afscheid

Glitterachtig afscheid

Oud en nieuw doet Iduna Paalman altijd aan glitters en aan afscheid denken. Door die ene oudjaarsavond van 1999.

Gedicht: Heilig is de tong waar de waarheid op ligt


Heilig is de tong waar de waarheid op ligt

Yentl van Stokkum brengt in het kader van de Fakeweek een ode aan de tong, die ieder woord kan omkeren tot het klinkt als de waarheid.

De noodzaak van het nietsdoen

De noodzaak van het nietsdoen

Koen Schouwenburg schrijft over het schemergebied tussen luieren voor de lol en luieren omdat je niet anders kunt. Proust, Kabouterland, Ottessa Moshfegh en Louis-Ferdinand Céline staan hem bij.

Hard//talk: Het beste van 2018

Het beste van 2018

Hard//hoofd zet de tien beste hard//talks van 2018 op een rij.

Donkere materie

Marijn van der Leeuw maakte foto's en Selin Kuscu gebruikte die als uitgangspunt voor een kort verhaal.

Biechtweek: Kutmus

Kutmus

Als mensen je niet de kans geven om je diepste gevoelens aan hen op te biechten, kun je altijd nog te biecht gaan bij mussen. Een kort verhaal van Wiard van der Kooij.

Mag ik even de aandacht

Mag ik even de aandacht?

'Als we onze gestolen momenten willen terugeisen, moeten we eerst erkennen dat de huidige digitale middelen onze vrijheid niet vergroten, maar inperken.'

Filmtrialoog: The Disciples – een straatopera

The Disciples – een straatopera

'Een opera maken met twintig daklozen is vragen om problemen.' Onze redacteuren namen de proef op de som.

Messy shit 3

Messy shit

Lot Veelenturf veranderde hun naam en begon daarmee een zoektocht naar hun nieuwe stem. De acceptatie van hun flexibele genderidentiteit vereist ook een onbevooroordeeld luisteren van hen omgeving, aan wie Lot zich opnieuw voorstelt.

Essay: ‘Dank voor jullie inzet!'

‘Dank voor jullie inzet!'

Mensen willen het liefst werk doen dat in een positieve zin bijdraagt aan het leven van anderen. Maar is dit wel een haalbaar ideaal?

 1

Kerstbezoek voor Gavin Marley

Gavin en Susan lopen elkaar jaren na hun middelbareschooltijd weer tegen het lijf. Gavin, die inmiddels steenrijk is, nodigt de dakloze Susan bij hem thuis uit.

Gedachtes over het imposter​syndroom

Gedachtes over het imposter​syndroom

Het jaar is bijna voorbij en daarom zet Hard//hoofd de beste stukken van 2018 nog één keer in de schijnwerpers.   Slimme, competente mensen die ervan overtuigd zijn dat ze hun succes niet verdienen. Het komt zo vaak voor dat er een term voor bestaat: het impostersyndroom. In het kader van de Fakeweek een persoonlijke […]

Tip: Neem je beste vriend(in) mee naar een kerstdiner

Neem je beste vriend(in) mee naar een kerstdiner

In deze laatste tip van 2018 geeft Emma Stomp op de valreep een onmisbaar advies voor de feestdagen.

Mentale maandag: kerst 1

All I Want for Christmas

Mentale gezondheid is belangrijk, maar we praten er weinig over. Daarom gidst Nastia Cistakova je in deze tweewekelijkse beeldcolumn langs de taboes, onhandige vragen en ongemakkelijke antwoorden over psychische problemen. Nastia weet hoe het voelt als het er in dat prachtige hoofd van je soms net wat anders aan toegaat dan ‘normaal’, en ze illustreert herkenbare […]

Willen wonen in een kerstetalage

Willen wonen in een kerstetalage

Ieder jaar met kerst willen we heel veel spullen kopen. Het zijn rekwisieten voor wanneer we ons even de protagonist in een kerstverhaal willen wanen. Maar doen we dit eigenlijk niet het hele jaar?

Alles vijf sterren: Amstelveen, een kroeg en klassieke muziek 1

Stoofvlees, heiligen en de liefde

Deze week spraken drie hard//hoofd-redactieleden hun kersttip voor je in. Van stoofvlees, via Nick Cave, naar oude liefde.

De komma in mijn komedie

De komma in mijn komedie

'Roken is niks anders dan spelen met de dood', iedereen weet dat het een slecht idee is, maar toch beginnen mensen eraan. Koen Schouwenburg schrijft over de absurditeit van een verslaving en hoe daarmee om te gaan.

Hard//talk: Sociaal ondernemers: stop met vliegen afvangen

Sociaal ondernemers: stop met vliegen afvangen

De wereld staat in brand en dat mag niet onbeschreven blijven. Sociaal ondernemen is de beste keuzes maken in een imperfecte wereld. Stop daarom met elkaar afvallen, vorm samen een front, en focus op de positive impact van duurzame innovatie, betoogt Dylan Meert. Het wordt tijd dat duurzame, eerlijke en sociale initiatieven ophouden met elkaars […]

Column: Skaten is overleven

Olympisch gezien

Iduna Paalman wil nét naar bed gaan als haar broertje belt. Met gewéldig nieuws.

Steun ons en word kunstverzamelaar
Hardhoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. Word nu kunstverzamelaar en ontvang de interessantste Hard//hoofd kunstwerken.

Steun ons vanaf €5